Deze website maakt gebruik van cookies Wij gebruiken cookies om je surfervaring op onze site te optimaliseren. Bezoek je onze website, dan vragen we je om akkoord te gaan met deze cookies. - Cookies Meer informatie Cookies toestaan

Eerste contactdag basisonderwijs in basisschool Champagnat Schaarbeek - donderdag 27 september 2018

De weergoden zijn ons alvast goed gezind want de herfstzon geeft het beste van zichzelf als we ons ’s ochtends vroeg op weg begeven naar basisschool Champagnat in Schaarbeek.
Basisschool Champagnat is vrij recent toegetreden tot ons VLP-scholennetwerk waardoor het de eerste keer is dat de Contactgroep hier op bezoek komt. Na een onthaal door Miranda Tobin, worden we verwelkomd door Dominiek David, pedagogisch directeur van de school. Dominiek vertelt het verhaal van de school.


De school
De school is genoemd naar de Franse priester Marcellinus Champagnat. Er is erg weinig te vinden over deze preister maar een quote die wel aan hem toegeschreven wordt is: ‘Om te onderwijzen moet men houden van …’. Tot midden de jaren 90 van de vorige eeuw lag de school elders in Schaarbeek. Ze was gehuisvest in een aantal lokalen in een school van de Franstalige gemeenschap. Het was moeilijk werken omwille van de slechte accommodatie. De leerkrachten hebben toen contact genomen met de zustercongregatie van de school om de toestand aan te klagen. Dankzij de bekommernis van de zusters konden ze in 1999 verhuizen naar de gebouwen van het voormalige Erasmuscollege die leeg stonden. Toen startten ook de verbouwingswerken.
Toen Dominiek hier als pedagogisch directeur begon, kwam de vraag uit het team om de samenwerking aan te gaan met een pedagogische begeleidingsdienst. Op één van zijn eerste schooldagen nam Dominiek dan ook contact met het VLP en zo is de bal aan het rollen gegaan. De school die oorspronkelijk geen VLP-school was, sloot zich na de nodige onderhandelingen aan bij het VLP-netwerk. Intussen werd gestart met een pedagogisch kernteam dat intensief samenwerkt met het VLP.
Wat Dominiek hier op school mistte was de samenwerking met ouders. Ouders waren wel sterk aanwezig bij het begin en einde van de schooldag, maar er waren weinig structureel ingebouwde momenten samen met ouders. Daarom werd er gestart met een oudercafé, waar één keer per maand op woensdagvoormiddag met de ouders koffie gedronken wordt. Dit gebeurt in samenwerking met de organisaties Brusseleer en Brede school. Daarnaast zijn er nog oudercontacten, het schoolfeest, wenmomenten voor nieuwe kleuters, Nederlandse lessen, ...
De Champagnatschool behoorde tot de scholen van de Broeders Maristen die het lasalliaans geïnspireerd netwerk niet vreemd zijn. Vandaag hebben wij binnen het internationaal netwerk het Fratelli-project waar ook die link zit tussen de Broeders Maristen en de Broeders van de Christelijke scholen. Collega begeleider Joke vertelde ons daar meer over. Daarnaast werd ook het Jubeljaar voorgesteld.
Vorig schooljaar is de school gestart met een loopingsysteem. Hiermee probeert het team een antwoord te bieden op de problemen die ze dagdagelijks ondervindt zoals omgaan met leermoeilijkheden, anderstaligen , schooluitval, ... Het doelpubliek heeft het vaak moeilijk om het klassieke schooltraject te doorlopen. Opzet is om de organisatie van het onderwijs beter af te stemmen op de noden van de kinderen. Meester Serge (5e leerjaar) kwam hier meer over vertellen. De basis van het loopingsysteem is dat kinderen gedurende twee jaar gevolgd worden door dezelfde leerkracht. Iedere graad heeft een eigen zorgleerkracht met eindverantwoordelijkheid per graad. Dat maakt dat er per graad gewerkt wordt met twee klasleerkrachten en een vaste zorgleerkracht. Er wordt ook veel ruimte gemaakt voor graadoverleg. De samenwerking binnen de graad is zeer sterk. Dat maakt ook dat leerkrachten mekaar zeer goed leren kennen en mekaar kunnen aanvullen. De samenwerking over de verschillende graden kan in de toekomst nog verbeterd worden.
Voordelen van het loopingsysteem: je krijgt een betere kijk op de leerlingen door het feit dat je ze twee jaar volgt. Je spaart veel tijd uit bij de start van het schooljaar omdat je de kinderen al kent. Je kan gerichter hulp bieden omdat je beter zicht hebt op wat de kinderen kennen en kunnen. Attesten aanvragen is makkelijker als je kinderen twee jaar opvolgt, omdat de informatie beter opgevolgd en verzameld wordt (klasexterne relaties). Ook de relatie met de ouders is beter omdat je de tijd krijgt een band met de ouders op te bouwen, wat uiteindelijk ook resulteert in een betere ouderparticipatie. De resultaten bij de interdiocesane proeven geven je als leerkracht een beter zicht, omdat je een ruimer zicht hebt op de doelen. Je past je wijze van lesgeven aan aan wat er verwacht wordt. Dit heeft er ook voor gezorgd dat er hier en daar afgeweken wordt van werken met methodes – omdat men merkte dat de lat van de methodes niet strookt met wat er vanuit de leerplannen verwacht wordt. Er wordt nu sterker doelgericht gewerkt en minder handleidinggericht. Het voordeel hiervan is dat de kinderen minder druk ervaren, omdat de tijd om de doelen te bereiken verspreid wordt over een periode van twee jaar. Het opvolgen van het leertraject van de leerling gebeurt hierdoor per graad.
Een gevolg hiervan is dat er veel energie gestoken wordt in het echt leren kennen van leerlingen. Het is immers belangrijk dat kinderen zich goed voelen in de klas. Als je twee jaar met een kind op stap gaat is het belangrijk dat er een goede band is tussen leerling en leraar. Dat maakt dat je als leerkracht bewuster op zoek gaat naar een positieve relatie met het kind, je gaat intensiever op zoek naar positieve elementen van het kind.
Bij de kleuters wordt er gewerkt met een combiklas: de tweede en derde kleuterklas is uitgebreid naar drie kleuterklassen. In iedere klas zitten tovenaars (niveau derde kleuterklas) en draakjes (niveau tweede kleuterklas). Het loopingsysteem start pas vanaf de tweede kleuterklas. Wat opvalt is dat de kinderen veel van mekaar leren. Taal, sociale vaardigheden, gewoontevorming en zelfredzaamheid worden door dit systeem echt wel positief beïnvloed. Ook voor het kleuterteam in de looping is er om de drie weken een overlegmoment gepland. Het zou ideaal mocht het loopingsysteem ook kunnen doorgetrokken worden tussen het kleuter- en lager onderwijs. Dit zou de drempel bij de overgang van derde kleuterklas naar eerste leerjaar aanzienlijk kunnen verkleinen. Een nadeel dat opgemerkt wordt door de leerkrachten uit de kleuterafdeling is dat iedere leerkracht zijn eigen talenten heeft waardoor hij/zij bepaalde accenten legt. Door het loopingsysteem is er het risico dat kinderen zo bepaalde kansen missen (bijvoorbeeld door het feit dat een leerkracht minder sterk muzisch ingesteld is).


Bezoek aan de klassen
Zoals gewoonlijk tijdens een contactdag krijgen we de kans een kijkje te nemen in de klassen. We brengen een bezoek aan zowel de klassen van de lagere school als aan de kleuterklassen. Voor veel deelnemers het favoriete moment van de contactdag. Ze nemen hiervoor dan ook rustig de tijd.
Na een bezoek aan de gerenoveerde speelplaats trekken we door de straten van Schaarbeek naar de berenkuil. De berenkuil is een mooi centraal gelegen plein dat uitzicht biedt over het gemeentehuis van Schaarbeek aan de ene kant en het prachtige oude station van Schaarbeek aan de andere kant. Aan de berenkuil verwijst Dominiek naar de vier mozaïeken die ophangen in de vergaderruimte waar de contactdag doorgaat. Aan de hand van deze symbolen maken we kennis met de geschiedenis van en enkele markante figuren uit Schaarbeek.
Patrick, de kok, vertelt hoe de schooltuin evolueerde naar een educatieve moestuin, waar samen met de leerlingen op regelmatige basis projecten rond groenten, tuinieren, koken, … plaats vinden. De moestuin, die zich trouwens op het dak van de ‘buur’school bevindt, dient ook als bron voor de heerlijke soep, groententaart en salades die we als middagmaal geserveerd krijgen. Dit moestuinproject vormt meteen de inspiratie voor onze ZiLL-oefening. De focus van de educatieve moestuin vanuit ZiLL is wellicht ‘een gezonde levensstijl ontwikkelen’. De verdere brainstorm levert nog heel wat ontwikkelthema’s op,
zowel vanuit de persoonsgebonden als vanuit de cultuurgebonden ontwikkelvelden.


Flexibele leerwegen
Vorig schooljaar kwam dit reeds aan bod bij de zorg-voor-zorgdag, op basis van het onderzoek van Prof. Bieke De Fraine. Het onderzoek vertrekt vanuit een aantal pijnpunten uit het Vlaamse onderwijs zoals de opsplitsing regulier en buitengewoon onderwijs, zittenblijven, watervalloopbanen, spijbelen, vroegtijdig schoolverlaten. Heel wat kinderen lopen vandaag op verschillende scholen toch zeer analoge loopbanen. Dit hangt samen met de ‘grammar of schooling’. Er zijn een aantal elementen die onontbeerlijk lijken in onze scholen: de schoolbel, testing, ranking op basis van de testen, organisatie in klassen, ... Dit zijn tradities die in ons onderwijs zijn ingebakken maar geen verplichting zijn. We merken vandaag dat meer en meer scholen deze ‘grammar of schooling’ in vraag durven stellen en hiervan durven afwijken door op zoek te gaan naar alternatieve oplossingen. Hier zien we vaak flexibele leerwegen opduiken.
Flexibele leerwegen kunnen opgedeeld worden in drie categorieën: interne differentiatie, praktijken voor specifieke doelgroepen en externe differentiatie. Binnen de drie categorieën zien we reeds goede praktijkvoorbeelden in de basisscholen van ons netwerk. Vandaag willen we langer stilstaan bij de externe differentiatie. Het uitwerken van een flexibele leerweg vertrekt uiteraard steeds vanuit een gedragen visie (welke droom hebben wij als school ‘pour que l’école aille bien’ …). Daarnaast is ook een gedragenheid belangrijk vanuit een participatieve onderwijscultuur zoals de lasalliaanse geïnspireerde onderwijscultuur is. Werken aan gedragenheid via kleine stapjes, rekening houdend met de competenties van het volledige team. Ieder team is zeer divers wat betreft creativiteit, growth mindset, differentiatiecompetenties, teamspirit. Wanneer de school op zoek gaat naar flexibele leerwegen, moet ze uiteraard ook
rekening houden met de organisatorische haalbaarheid wat betreft infrastructuur, financieel beleid en tijdsindeling.
Het onderwerp brengt heel wat los bij de deelnemers. Aan de hand van een aantal vragen die zekere richting kunnen geven aan de uitwisseling, gaan de deelnemers vanuit hun eigen ervaringen in gesprek.
Vooraleer we de dag afronden vestigt Wim De Cock nog eens de aandacht op de vernieuwde website en zet hij de VLP-initiatieven voor het schooljaar 2018-2019 even in de kijker.
Na het invullen van het evaluatieformulier wordt iedereen beloond met een heerlijk potje koffie of thee en een stukje heerlijke -door Jolien en Bea- gebakken cake.


Joke Maex
Begeleider lasalliaanse identiteit en pastoraal op school
in samenwerking met Miranda Tobin, Jolien Van Den Berghe en Wim De Cock